‘Opmaatprogramma’

Elke leerling is anders. Wij streven er altijd naar dat elke leerling een ‘opmaatprogramma’ krijgt. Het plan om een maatwerkprogramma te maken noemen wij een I.O.P.

Om dit programma te maken hebben we de hulp van ouders zeker nodig.

Het individueel ontwikkelingsplan (IOP)

Elke leerling in het praktijkonderwijs heeft zijn eigen sterke kanten en mogelijkheden, maar ook grenzen en beperkingen. Om de leerlingen die onderwijs volgen aan een praktijkonderwijs zich zo goed mogelijk te laten ontwikkelen is maatwerk noodzakelijk.

Het Praktijkonderwijs richt zich op de individuele leerling. Elke leerling stelt zijn individueel ontwikkelingsplan (IOP) samen. De leerling doet dat samen met zijn/haar ouders en de coach. In dit plan staat wat de leerling voor het komende weekritme (een periode van ca. 8-10 weken) gaat doen om zich voor te bereiden op zijn eigen toekomst en om zijn/haar loopbaan vorm te geven. Het helpt de leerling eigenaar te worden van zijn eigen leerproces.

De rol van de leerling

De leerling denkt na over zijn/haar toekomst en bespreekt de ideeën met zijn/haar ouders en de coach. Samen worden afspraken gemaakt over (leer)doelen voor de komende periode. Deze afspraken legt de leerling vast in zijn IOP. Aan de hand van het IOP wordt een maatwerkprogramma opgesteld voor het weekritme. Aan het einde van het weekritme presenteert de leerling zijn resultaten aan de coach en zijn/haar ouders. Vervolgens wordt het IOP voor het volgende weekritme opgesteld.

De rol van de ouders

Ook de ouders worden nadrukkelijk betrokken bij dit IOP. Zij spreken met hun kind over de toekomst en maken afspraken met hun zoon/dochter over de doelen en de weg die voor hun kind nodig is om deze doelen (rond zelfredzaamheid, arbeidsintegratie en diplomering) te bereiken. Daarna zijn ze aanwezig bij het gesprek van de leerling met zijn/haar coach om het IOP vast te stellen.

Vervolgens zullen de ouders hun zoon/dochter stimuleren om de gemaakte afspraken en gestelde doelen te behalen.

De rol van de coach

Nadat de leerling samen met zijn ouders ideeën heeft besproken over zijn toekomst, gaat de coach met de leerling en zijn ouders in gesprek. Vervolgens worden afspraken gemaakt over realistische en verantwoorde (leer)doelen voor de komende periode. Die afspraken legt de leerling vervolgens vast in zijn IOP. Daarna zal de coach de ontwikkeling van de leerling volgen en hem stimuleren/aansturen om de gestelde doelen te halen.

Coaches

Leerlingen in de bovenbouw lopen externe stage. Dit is een belangrijke stap op weg naar volwassenheid. Om de overgang van leerling naar stagiaire en van stagiaire naar werknemer soepel te laten verlopen zijn er coachings-uren en uren op maat.

Coachingsuren : De coach maakt een afspraak met zijn leerling. In het geplande gesprek  bespreekt de coach met de leerling de voortgang op de stageplaats. In dit coachinggesprek worden ook de ontwikkellijnen van de stagiaire besproken zoals: samenwerken, betrouwbaarheid, discipline, doorzetten, omgang met kritiek.

Uren op maat: De leerling maakt een afspraak met zijn coach. De leerling heeft dus een gerichte vraag! In het geplande gesprek vraagt de leerling om specifieke aandachtspunten te oefenen. De leerling overlegt samen met zijn coach welke mogelijkheden er zijn om de hulpvraag van de leerling gestalte te geven. Dit kan betekenen dat de leerling een aangepast lesrooster krijgt om zijn hulpvraag te oefenen. Maatwerkvragen van leerlingen moeten altijd in samenhang zijn met zijn IOP !

Zorg en begeleiding

Zorgstructuur:
Op PPL werken we met een zorgstructuur waarbij we stapsgewijs meer hulp bieden aan de leerling en de ouders, als dat noodzakelijk blijkt.
Elke stap heet een professioneel moment, een moment waarbij je nadenkt over wat de leerling extra nodig heeft en daar passende acties op zet. Als deze hulp, na evaluatie, kom je bij de volgende stap.

Professioneel moment 1:
de groepscoach zet extra acties uit.
Professioneel moment 2:
de groepscoach overlegt met zijn team en teamleider en zet verdere acties uit.
Professioneel moment 3:
de groepscoach en teamleider overleggen met het zorgteam en verdere acties worden in samenwerking met zorgteam uitgezet.

De groepscoach kan rekenen op begeleiding en/of ondersteuning van het zorgteam. Dit bestaat uit een zorgcoördinator, 2 orthopedagogen/psychologen, een intern maatschappelijk werkende en de maatwerkplus begeleider. Als school niet de expertise heeft om de leerling te bieden wat hij nodig heeft, bespreken we dit met ouders/verzorgers.
Het zorgteam adviseert dan over de verder te nemen stappen. Hiervoor werkt de school samen met de gemeentes (sociale buurtteams en teams jeugdhulp/expertiseteams), de jeugdarts van de GGD, de leerplichtambtenaar van VSV en zo nodig, de schoolagent, reclassering of (gezins-)voogd.

Maatwerkplus

Deze vorm van maatwerk is een extra aanbod voor een leerling in professioneel moment 3. Het is een intensief traject van 12 weken met extra coaching en vaak een aangepast rooster en/of aangepaste schooltijden. Er wordt gewerkt met concrete doelen die in een plan worden opgeschreven. Het streven in de leerling erna weer te kunnen laten deelnemen aan het reguliere schoolaanbod.

Hiernaast worden er afspraken gemaakt wat te doen als de doelen niet behaald worden, bijvoorbeeld inzetten van extra hulpverlening, een alternatief traject in plaats van school of verwijzing naar een meer passende school. Dit wordt vooraf met ouders en leerling besproken.

Passend Onderwijs

Passend onderwijs

Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs hebben de opdracht om voor alle leerlingen passend onderwijs te organiseren. De schoolbesturen werken samen om invulling te geven aan deze zorgplicht.

 

Elk kind heeft recht op passend onderwijs, ongeacht niveau van leren en ontwikkeling. Schoolbesturen en scholen geven vorm aan passend onderwijs: ze bieden goede basisondersteuning en extra ondersteuning in samenwerking met ketenpartners zoals hulpverlening, schoolarts enz. Alle schoolbesturen werken samen en zijn vertegenwoordigd in het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO.

 

In Zuid Limburg zijn drie Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs (SWV, VO):

Regio Westelijke Mijnstreek:             Beek, Schinnen, Sittard-Geleen en Stein.

Regio Maastricht-Heuvelland:           Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul

Regio Parkstad:                                 Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal.

 

Deze drie samenwerkingsverbanden in Zuid Limburg werken nauw samen op zowel beleidsmatig als uitvoeringsvlak. Informatie over de Samenwerkingsverbanden VO Maastricht-Heuvelland en Parkstad kunt u terugvinden op de website: www.passendonderwijszuid.nl

 

Dekkend aanbod

Het Samenwerkingsverband heeft de verantwoordelijkheid een onderwijsaanbod te organiseren, waarin alle leerlingen een passende plek vinden. Voor elke leerling met een ondersteuningsbehoefte wordt zo passend mogelijk onderwijs gerealiseerd opdat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Daartoe werken de reguliere scholen en de scholen voor speciaal voortgezet onderwijs in het samenwerkingsverband nauw samen. Als uitgangspunt geldt: regulier onderwijs als het kan; speciaal onderwijs waar het nodig is.

 

Alle scholen hebben hun huidige mogelijkheden om leerlingen te begeleiden en te ondersteunen beschreven in het schoolondersteuningsprofiel (het SOP). De schoolbesturen in het SWV hebben een hoog niveau van de basisondersteuning vastgesteld en daarover afspraken gemaakt in het ondersteuningsplan. Alle scholen bieden dezelfde basisondersteuning. Wanneer een school in een situatie komt dat extra inzet noodzakelijk is om aan de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van een leerling tegemoet te komen, wordt extra ondersteuning ingezet. Elke school heeft aangegeven welke extra ondersteuning zij heel concreet zelf kan leveren. Zowel de basisondersteuning als de extra ondersteuning is terug te vinden in de ‘kijkwijzer’ van elke school. Deze vindt u op de website van de school en op de website van het samenwerkingsverband. www.passendonderwijszuid.nl

 

In de basisondersteuning speelt de mentor een belangrijke rol. Hij/ zij is het eerste aanspreekpunt voor leerling en ouders. Wanneer er meer ondersteuning nodig is dan de mentor kan bieden, overlegt de mentor met collega’s en teamleider om te komen tot de juiste ondersteuning. Wanneer ook dat niet toereikend is, kan een hulpvraag worden voorgelegd aan het ondersteuningsteam (O-team). Het O-team bestaat uit de zorgcoördinator, een begeleider passend onderwijs en een schoolmaatschappelijk werker. De schoolarts en leerplichtambtenaar nemen vaak deel aan het overleg van het O-team. Daarnaast kan het O-team een beroep doen op medewerkers van de gemeente, hulpverleningsinstanties enz.

Bovenop de (extra) ondersteuning die de verschillende scholen bieden, wordt er door het Samenwerkingsverband ondersteuning geboden in de vorm van arrangementen. Er zijn vastgestelde arrangementen (zoals bijvoorbeeld het schakeltraject), maar er worden ook arrangementen toegewezen, specifiek en op maat gemaakt voor een individuele leerling.

 

Aanmelding, zorgplicht en toelaatbaarheid tot speciaal (voortgezet) onderwijs

Ouders melden hun kind schriftelijk op de school van keuze aan. Aanmelding betekent niet automatisch dat een kind geplaatst wordt. De school heeft na aanmelding zes weken tijd om te onderzoeken of zij een onderwijsaanbod heeft dat past bij de ondersteuningsvraag van een leerling. Deze periode kan eenmaal met maximaal vier weken worden verlengd. Van ouders wordt verwacht dat zij de school op de hoogte stellen als zij vermoeden dat hun kind (extra) ondersteuning nodig heeft.

Als een school de leerling niet kan plaatsen omdat zij niet kunnen voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van een leerling, zoekt de school (of het schoolbestuur) een passende onderwijsplek op een andere school. Dat kan een reguliere school zijn of een school voor speciaal onderwijs. Belangrijk daarbij is dat een goede balans wordt gevonden tussen het advies van de basisschool, de wensen van ouders en de mogelijkheden van scholen. Als extra ondersteuning in het speciaal onderwijs nodig is, dan wordt door de school waar het kind is aangemeld een toelaatbaarheidstraject gestart. Het samenwerkingsverband bepaalt of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal onderwijs.

 

Meer informatie in het algemeen en over de toelaatbaarheid tot speciaal onderwijs in het bijzonder, kunt u terugvinden op de website www.passendonderwijszuid.nl

 

 

Contactinformatie

 

Samenwerkingsverband Maastricht-Heuvelland

Adres:                     Nieuw Eyckholt 290E    6419 DJ Heerlen

Directeur:                Norbert Bollen

Contactpersoon:     Yvette Collet

Telefoon:                085 – 488 12 80

E-mail:                    info-vo@swvzl.nl

 

Samenwerkingsverband Parkstad

Adres:                     Nieuw Eyckholt 290E    6419 DJ Heerlen

Directeur:                Norbert Bollen

Contactpersoon:     Yvette Collet

Telefoon:                085 – 488 12 80

E-mail:                   info-vo@swvzl.nl

 

Direct naar